Als je een neurodivers brein hebt en opruimen wordt uitgesteld
Bij veel van mijn klanten staan zelfhulpboeken rondom AD(H)D en opruimen in de kast. Vol motivatie gekocht, enthousiast het eerste hoofdstuk gelezen en na verslapte interesse achterin de kast beland. De behoefte aan rust en overzicht in huis is bij mensen met een neurodivers brein vaak groot, maar het valt niet altijd mee om dit voor elkaar te krijgen. Het kan lastig zijn om te bedenken hoe en waar je moet beginnen met het opruimen van je huis, waardoor je opruimen voor je uitschuift. Het aantal spullen in huis zonder vaste plek neemt toe en de chaos wordt steeds groter, waardoor het nóg lastiger wordt om eraan te beginnen. In deze blog omschrijf ik welke types ten grondslag liggen aan uitstelgedrag en welke opruimstrategieën helpen om van het opruimen van je huis wél een succes te maken.
De overweldigde
Allereerst is er de overweldigde. Zij voelt zich overweldigd door de hoeveelheid opruimwerk en kan zich er daardoor niet toe zetten om aan opruimen te beginnen. Strategie: maak het klein.
Ruim één lade op. Voer een 5- minuten klusje uit: gooi lege enveloppen in de papierbak, zet lege flessen in een krat om mee te nemen naar de supermarkt of gooi bijvoorbeeld slingerende vieze sokken in de wasmand. Haal drie kledingstukken uit je kledingkast die je niet draagt en breng ze naar de kringloopwinkel. Zet die ongedragen blouse op Vinted.
De perfectionist
De perfectionist legt de lat in haar leven hoog. Iets moet perfect gedaan worden of het gebeurt niet. Zij heeft het eindplaatje van het perfect geordende huis in haar hoofd en begint alleen aan de opruimklus als het in één keer gaat voldoen aan het perfecte plaatje. Strategie: begin expres slecht.
Maak je opruimklus niet in één keer af. Morgen weer een dag! Bijvoorbeeld: wil je de keuken opruimen? Zet alleen de vuile vaat in de vaatwasser en laat het fornuis vies. Het is belangrijker dat je een stap zet dan dat er niets gebeurt. Vooruitgang is belangrijker dan perfectie!
De dopaminezoeker
De dopamine zoeker is snel verveeld en afgeleid van een opruimklus. Daarom is het lastig om een opruimklus vol te houden en wordt snel als saai gezien. Zij heeft externe druk nodig om aan een opruimklus te beginnen, deze vol te houden en af te maken. Strategie: creëer zelf druk.
Spreek met een vriendin af om gelijktijdig op te ruimen. Ieder in haar eigen huis en na de afgesproken eindtijd delen jullie je resultaten met elkaar. Zet de timer van je telefoon op 1 uur. In die tijd ga jij een afgebakende plek opruimen en rocken! Gaat de wekker af? Stop dan ook echt met opruimen. Zo houd je energie en tijd over en is de drempel om de volgende keer opnieuw aan de slag te gaan laag. Stel een beloning in het vooruitzicht. Bijvoorbeeld: als ik deze lade heb opgeruimd, mag ik van mezelf een uur buiten in de zon zitten met een tijdschrift. Of binnen op de bank als het van dat troosteloze Hollandse weer is...
De tijdblinde
De tijdblinde heeft moeite met de tijd inschatten en verkijkt zich iedere keer weer. Zij is voorafgaand aan een opruimklus ervan overtuigd deze in een korte tijd te klaren, maar gaandeweg blijkt het altijd langer te duren. "Ik ruim die kast wel even in een uurtje op", maar na een uur is de helft niet gedaan terwijl de tijd en energie op is. De tijdblinde durft daarom niet aan een opruimklus te beginnen. Strategie: maak tijd zichtbaar.
Stel een timer in. Schat de tijd voorafgaand aan een opruimklus in en schrijf deze op. Check achteraf wat de daadwerkelijke tijd was die de opruimklus kostte en stel bij voor de volgende keer. Doe je inschatting x2 + 10 minuten voor opstarten en afronden. Dat is vaak realistischer.


